Brownse beweging
Wat u ziet
De grote deeltjes zijn “pollenkorrels”—microscopische objecten zwevend in vloeistof. De kleinere deeltjes stellen watermoleculen voor. Deze simulatie gebruikt een klassiek harde-bollenmodel, waarbij elke botsing wordt berekend met deterministische Newtoniaanse mechanica.
Tik op Verberg Vloeistof in het bedieningspaneel om de vloeistofmoleculen te verbergen. De beweging van het pollen lijkt nu willekeurig—toch is er niets veranderd. Elke botsing is nog steeds perfect deterministisch.
Einsteins inzicht (1905)
In zijn “annus mirabilis” leverde Einstein een kwantitatieve theorie die verklaarde dat de Brownse beweging—het trillen van microscopische deeltjes systematisch bestudeerd (hoewel niet ontdekt) door botanicus Robert Brown in 1827—voortkomt uit het cumulatieve effect van talloze moleculaire inslagen. Wat willekeurig lijkt, is eigenlijk de statistische handtekening van de atomaire realiteit.
Perrins bewijs
De Franse natuurkundige Jean Perrin volgde nauwgezet pollenkorrels en bevestigde Einsteins voorspellingen met opvallende precisie. Zijn werk werd door het grootste deel van de wetenschappelijke gemeenschap beschouwd als doorslaggevend bewijs voor de atoomhypothese—zelfs prominente sceptici zoals Wilhelm Ostwald werden overtuigd—en leverde hem in 1926 de Nobelprijs voor de Natuurkunde op.
∇ Tik ergens om pollenkorrels toe te voegen