Mijn academische werk richt zich op het begrijpen van de epistemische fundamenten van wetenschappelijke kennis, specifiek gericht op filosofische kwesties rond wetenschappelijk realisme en de historische ontwikkeling van klassieke elektrodynamica.
In plaats van het debat op puur epistemische gronden te beslechten, onderzocht ik de pragmatische motieven voor het aannemen van een van beide posities. Wat betekent het voor werkende wetenschappers – en voor de samenleving – wanneer we ons aan de ene visie boven de andere committeren?
Wetenschappelijk Realisme — De opvatting dat onze beste wetenschappelijke theorieën de werkelijkheid beschrijven zoals die werkelijk is
Anti-Realisme — Scepsis over de vraag of theorieën de waarheid onthullen, of slechts "de verschijnselen redden"
Pragmatische Draai — Verschuiving van de focus van epistemiek naar de praktische gevolgen van onze verbintenissen
"Wat staat er op het spel als we de wetenschap letterlijk nemen? En wat verliezen we als we dat niet doen?"